Bombardementen in België tijdens WOII

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het luchtruim voor het eerst een echt front. Sinds de Eerste Wereldoorlog was het geloof en de angst ontstaan dat door de massale vernietiging van steden de economie en het moreel van de vijand in elkaar zou storten. Hoewel het bewezen is dat bombardementen niet de grote invloed hadden die men verwachtte, waren er elke dag wel ergens in Europa luchtaanvallen. Het bracht de Blitzkrieg naar Engeland, waar de grote steden kreunden onder het geweld van de Luftwaffe. Ter voorbereiding van de geallieerde landingen, zagen de West-Europeanen hoe bevriende bommen hun steden in lichterlaaie zetten. Het eindigde met de agressieve  aanvallen op Duitsland en Japan. We kunnen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog volgen aan de hand van de bombardementen, waaronder elke Europeaan heeft onder geleden van Stalingrad en Berlijn tot Londen en Rome. Ik vraag mij af of dit ook mogelijk is voor België? Heeft ons land ook een eigen geschiedenis van bombardementen? Of waren het geïsoleerde gebeurtenissen zonder veel invloed op de oorlogservaring? Mijn onderzoek stelt dat het dagelijkse leven in de jaren veertig onlosmakelijk verbonden is aan de bombardementen. Naar schatting 18.000 Belgen kwamen om bij bombardementen. De meeste van hen waren onschuldige burgers. Het gaat om twintig percent van het totaal aantal Belgische slachtoffers tijdens de oorlog. De geschiedenis van dit vaak vergeten gedeelte van onze geschiedenis, kunnen we in vijf fases opdelen.

1: Angst – De Duitse inval

Uit angst voor de Duitsers sloeg bijna de helft van de Belgische bevolking op de vlucht. Ze vluchtten omdat ze zich de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog herinnerden, maar ook uit schrik voor de vernietigende kracht van een luchtaanval. Het bombardement op het Baskische Guernica in 1937 toonde aan dat burgers bij een nieuwe oorlog het doelwit zouden zijn. Hun vrees was dan ook terecht, vanaf het ochtendgloren van 10 mei 1940, liggen de Belgische steden onder vuur. Tot enkele dagen na de capitulatie op 28 mei dropten Duitse vliegtuigen hun dodelijke lading boven ons land. De paniek versterkte nadat we van onze noorderburen hoorden hoe Rotterdam brandde, waarna Nederland capituleerde.

Op 10 mei is de stad Leuven het zwaarste slachtoffer van het Duitse oorlogsgeweld. Bij het bombardement komen 101 mensen om. De volgende dagen is de Duitse opmars te volgen aan de hand van de luchtaanvallen, op 12 mei Namen (32 doden) en Hannut (20 doden), twee dagen later Charleroi (meer dan 80 doden) en op 17 mei Sint-Niklaas (87 doden). De bloedigste dag was 24 mei 1940, toen onder andere Ieper (meer dan 200 doden), Oostende (50 doden) en vooral Poperinge (van 150 tot 250 doden) onder vuur lagen. Onze kust werd tot en met 1 juni gebombardeerd, om de evacuatie naar Engeland te bemoeilijken, maar het aantal slachtoffers bij deze late luchtaanvallen was lager.

Door de chaos van vluchtende gezinnen en optrekkende soldaten is het heel moeilijk te achterhalen hoe de bombardementen tijdens de Achttiendaagse Veldtocht verliepen. Massale aanvallen zoals op Rotterdam bij onze noorderburen waren het niet, toch vielen er opvallend veel burgerslachtoffers. Getuigen herinneren zich hoe er overal waar Stuka’s verschenen, er paniek uitbrak. Geruchten over gasaanvallen en gewelddaden zoals in de vorige oorlog deden de ronde. Loeiende sirenes van het luchtalarm wakkerden dat alleen maar aan.

2: Leven met de bommen – Geallieerde bombardementen

Toen op 28 mei 1940 het Belgische leger de wapens neerlegde, begon een nieuwe periode in ons land. De oorlog was merkwaardig genoeg even veraf, ook in de verhalen van de getuigen. De vluchtelingen keerden langzaam terug, net als de jonge mannen die naar Frankrijk waren gevlucht om zo in Engeland te geraken. Er ontstond een nieuw dagelijks leven: het oorlogsleven.

Dit oorlogsleven was ook een leven met de bommen. Na de Achttiendaagse Veldtocht waren er voor een periode van drie jaar weinig bombardementen. Men zag wel nog regelmatig vliegtuigen over België vliegen, maar die waren op weg naar de Duitse steden. Aan deze ‘pauze’ kwam op 5 april 1943 een bruusk einde. Op die zonnige maandagnamiddag viel een grote formatie van Amerikaanse vliegtuigen de wijk Oude God in Mortsel aan. Ze wilden de vliegtuigfabriek ERLA raken, maar de bommen misten doel. Het was het eerste geval van collaterale schade, het idee dat de omliggende omgeving van het doelwit door ‘friendly fire’ getroffen kon worden.

Mortsel was het eerste zware geallieerde bombardement en meteen ook de trieste recordhouder van het aantal slachtoffers: 936 mensen kwamen om. Vier scholen werden met de grond gelijk gemaakt. Men telde 209 kinderen tussen de doden. In september dat jaar volgden nog drie zware bombardementen: 4 september 1943 in Kortrijk met 56 doden, de dag erna te Ledeberg hier in Gent met 111 dodelijke slachtoffers en tenslotte op 7 september 1943 in Brussel waar 327 slachtoffers geteld werden. Merkwaardig genoeg was het toen weer even rustig in het Belgische luchtruim. Het lijkt of men in de winter minder bombardeerde. Tot de lente van 1944.

3: Lenteoffensief 1944

Vanaf maart 1944 begon een reeks van hevige bombardementen. Dit paste in het kader van de voorbereidingen op de landing in Normandië. Door verkeersknooppunten te vernietigen in Noord-Frankrijk en België hoopten ze de Duitse transportmogelijkheden te kraken. Op 26 maart werd Kortrijk opnieuw het slachtoffer van een bombardement. Er vielen maar liefst 252 doden. Op 10 april werd Merelbeke bij Gent gebombardeerd: 428 doden. Tot de bevrijding in september 1944 kwamen de Belgische steden regelmatig onder vuur. De periode van 10 tot 12 mei was het hevigst. Toen werden er tientallen luchtaanvallen uitgevoerd op België. In die drie dagen stierven meer dan 1.500 mensen. Het bekendste bombardement in die periode was ongetwijfeld dat van Lokeren, waar op 11 mei 85 mensen, vooral vrouwen en kinderen, op gruwelijke de dood vonden. Op diezelfde dag vielen er in Brussel 276 doden, in Luik 126 doden, in Leopoldsburg 84 doden, in Beverlo 70 doden en in Mechelen 46 doden. De dag ervoor waren ook Doornik (107 doden) en opnieuw Merelbeke (48 doden) getroffen. De drie bloedigste dagen eindigden met het bombardement op Leuven van 12 mei 1944, waarbij na een vurige nacht 246 doden werden geteld.

Na de landing op Normandië namen de bombardement op Belgische steden niet af. Integendeel, elke week was er wel ergens een hevige luchtaanval, met vooral burgerslachtoffers. Op 27 mei 1944 bombardeerden de geallieerden een Duits legerkamp in Leopoldsburg. Hoeveel Duitse soldaten er sneuvelden zullen we nooit weten. Onder de bevolking van de Kempense gemeente vielen 270 dodelijke slachtoffers. Op 20 juli 1944 dropten Amerikaanse vliegtuigen hun bommen op het station van Kortrijk. Ook de omliggende huizen werden getroffen. Balans: naar schatting 172 doden. Net voor de bevrijding kreeg Luik nog een stevige bommenregen over zich. Op 7 september 1944 verloren 104 Luikenaars het leven bij een geallieerd bombardement.

4: Vliegende bommen

In september 1944 leek er eindelijk een einde te komen aan de bombardementen. Toch beleefde België na haar bevrijding onverwachts een nieuw ‘leven met de bommen’. Vanuit het Duitse achterland en de nog bezette gebieden bestookten de Duitsers eerst Engeland, maar daarna ook België en Frankrijk met een nieuw soort artillerie: de V-bommen. Enkel in en rond Antwerpen vielen er 3.459 doden en 6.253 gekwetsten, maar ook Luik werd zwaar slachtoffers van de nieuwe wapens. Toen de eerste V-bom in Brasschaat op 7 oktober neerstortte, wist niemand wat er aan de hand was. Maar al snel geraakte men vertrouwd met de V1, een soort onbemand vliegtuig, en de V2, de eerste echte raket.

V-bombardementen waren geen gerichte aanvallen, ze vielen eerder lukraak rondom het doelwit. Daardoor vielen er veel bommen op onbewoonde gebieden. Maar als het wapen te pletter stortte op een druk bewoond gebied was de gruwel niet te overzien. Uit angst voor de V-bommen trok men massaal naar het platteland of leefde men in de kelders. Het plan voor afweergeschut ‘Antwerp X’ stelde weinig mensen gerust. Antwerpen beleefde een donkere periode. De bloedigste aanslagen en de constante angst zijn in het Antwerpse geheugen gegrift. Op 28 oktober 1944 vielen er 71 doden toen een V-wapen op het huidige Theaterplein insloeg, op 27 november telde men 128 dodelijke slachtoffers aan de hoek van de Teniersplaats en de Frankrijklei en op 14 december vielen er twee bommen op de Kloosterstraat (56 doden) en de Lange Doornikstraat (59 doden). De bekendste aanslag was ongetwijfeld die van 16 december 1944, toen een V-2 op Cinema Rex aan de Keyserlei viel. 271 Belgen en naar schatting bijna 300 geallieerde soldaten lieten daarbij het leven. Nog geen twee uur later sloeg een V-bom in op de Twee Netenstraat en maakte 71 slachtoffers. 1945 bracht geen rust. V-bommen zaaiden dood en vernieling in Antwerpen op 16 januari (Steenbergstraat, 58 doden), op 21 januari (Korte Van Ruusbroecstraat, 60 doden) en op 7 februari (Nijverheidsstraat, 62 doden).

In totaal vielen er in België – vooral in Brussel, Luik en Antwerpen –  naar schatting 6.500 doden en 22.500 gewonden door de V-wapens, een bijzonder zware balans. Hoewel het hier eerder gaat over artillerie en niet echt over luchtaanvallen, beschouwen we het leven met de V-bommen als een deel van de oorlogsgeschiedenis van bombardementen op België.

5: Tussen twee vuren – De bevrijding en het Ardennenoffensief

Terwijl de grote steden geteisterd werden door de V-bommen, bleef het oosten van ons land regelmatig het doelwit van – vaak bevriende – bombardementen. De bevrijding van het oosten van België en de hevige gevechten tijdens het Ardennenoffensief in de winter, kostten aan naar schatting 3.000 bewoners het leven. De meeste van hen vielen doordat gevangen geraakten tussen twee vuren, zowel artillerievuur, geweervuur als de vernietigende kracht van bombardementen. Hoeveel slachtoffers er vielen bij zogenaamd ‘friendly fire’ kunnen we nooit achterhalen, omdat de inwoners van Oost-België ook bloot gesteld werden aan ander oorlogsgeweld en ook koude en ziektes.

Genk was op 2 oktober 1944 het slachtoffer van een niet te begrijpen vergissing. Hoewel de gemeente reeds bevrijd waren, vernietigden Amerikaanse bommenwerpers het centrum van Genk. Er vielen 38 doden. De meeste van deze ‘vergissingen’ waren er in de Oostkantons. Rond kerst van 1944 zaten de Belgische inwoners gekneld tussen twee vuren. Zo bombardeerden de Amerikanen op 23 december Malmédy (225 doden) en Sankt-Vith (153 doden). Hoewel van hun eigen troepen of van Duitse soldaten er geraakt werden is onduidelijk.

België en bombardementen

België heeft een eigen geschiedenis van bombardementen. Het begon met de Duitse blitzkrieg, vooral bekend geworden door de aanval op Leuven. Tijdens de bezetting was het rustiger in ons luchtruim, hoewel er vaak vliegtuigen overvlogen richting Duitsland. Op afschuwelijke wijze kwam de oorlog terug dichterbij na het bombardement op Mortsel in de lente van 1943. Een jaar later beleefden de belangrijkste verkeersknooppunten in ons land een moeilijke periode. Tijdens de lente van 1944 wilden de geallieerden zoveel mogelijk Duits transport vernietigen, maar daarbij doodden ze duizenden onschuldige Belgische burgers. De bevrijding in september 1944 bracht geen rust. De Duitse V-wapens en nieuwe geallieerde aanvallen zaaiden paniek en doodden opnieuw duizenden Belgen. De bombardementen maakten doorheen de oorlog deel uit van het dagelijkse leven. En dat ‘leven met de bommen’ stopte niet in 1945. De verhalen, herinneringen en herdenkingen gaan voort tot vandaag. Met andere woorden: ook nu zijn we nog bezig met het schrijven van deze geschiedenis. En het is hoogdringend tijd dat we de verhalen over die bombardementen bewaren, want zonder het te beseffen, vergeten we stilaan een van onze belangrijkste geschiedenissen uit de twintigste eeuw.

© Pieter Serrien – Oktober 2010 – Alle rechten voorbehouden

Bibliografie

Commissariaat Generaal voor de Passieve Luchtbescherming, Bommen op België. 1940-1945, Brussel, 1948.

PALINCKX, Koen, Antwerpen onder de V-Bommen. 1944-1945, Antwerpen: Pandora, 2004.

SCHRIJVERS, Peter, Wreed als ijs. Het lot van de burgers in de slag om de Ardennen, Amsterdam: Manteau/Het Spectrum, 2004.

SERRIEN, Pieter, Leven met de bommen. Mortsel en het bombardement van 5 april 1943, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, Leuven, 2007.

SERRIEN, Pieter, Tranen over Mortsel. De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België, Antwerpen: Standaard Uitgeverij, 2008.

About these ads

8 thoughts on “Bombardementen in België tijdens WOII

  1. Dag Pieter,
    ik heb uw informatief bericht gelezen over de bombardementen tijdens de WOII. Mijn nonkel Alfons Cammaert woonde toen in Kortrijk in de buurt van het station met zijn vrouw Clementina De Ferm en de 4 kinderen. Op 04.09.1943 kwamen zijn vrouw en de 4 kleine kinderen door het bombardement om. Ik probeer informaties (fotos, krantberichten) te bekomen van deze tragische gebeurtenis. Mijn e-mail-adres eindigt met .de en niet met .be, want ik woon al 40 jaar in Duitsland. Groetjes Walter.

    1. Beste, ik ben geboren op 15/07/ 1943 en was op dat moment dus anderhalve maand oud.
      Het ongelofelijke is dat ik mij die gebeurtenis altijd heb kunnen herinneren.
      Ik woonde op dat moment jn Beveren/Leië in vogelvlucht slechts op 7KM van het station
      IK herinner mij nog altijd hoe mijn familie reageerde bij het overvliegen van de vliegtuigen
      en daarna het zien van de vuurzee Niemand gelooft mij en toch is het zo, ik herinner mij nog steeds alle details Ik besef zelf wel dat dat bijna niet mogelijk is en toch ben ik heilig overtuigd van mijn beleving op dat moment.
      Denk jij dat zoiets mogelijk is en waar moet ik mij melden om een verklaring te vinden?

      1. Beste André,
        Herinneringen uit zo’n jonge leeftijd zijn inderdaad niet authentiek. Het beeld in je geheugen is waarschijnlijk geconstrueerd gedurende de jaren, alsof het een eigen herinnering is. Dit gaat trouwens zo met een heel groot deel van onze herinneringen. Zo herinneren veel mensen in Mortsel zich dingen die ze onmogelijk echt hebben gezien, zoals de bus op het Gemeenteplein. Het maakt jouw verhaal ook niet minder waardevol, integendeel. Het bewijst hoe een bombardement een leven kan beheersen.
        Dank voor jouw getuigenis.

        Pieter

  2. Mijn grootmoeder én mijn vader ontsnapten op 11 mei 1944 op miraculeuze wijze aan de dood. Bij het bombardement van Lokeren stonden zij op straat en zagen de bommen aankomen. In een paniekreactie liepen zij weg van de straat en ze schuilden achter een grote ijzeren poort die hen beschermde tegen de drukgolven van de ontploffingen. Mijn grootmoeder vertelde me ooit dat zij een ‘voorgevoel’ had dat er iets ernstig stond te gebeuren. Ze had nog tegen een gebuur van haar gezegd: ‘Ik heb het gevoel dat ze gaan smijten.’ De buurman had haar gerust gesteld door te beweren: ‘Bertha, als ze nu gooien is het toch op Zele dat ze vallen.’ Maar dit bleek niet waar te zijn…
    Mijn vader (toen een jongen van tien jaar oud) is de stilte na het bombardement bijgebleven. Hij kwam vanonder de tafel, waaronder hij had geschuild, en aanschouwde de ramp die zijn straat was overkomen. Achteraf kwamen meer en meer mensen naar buiten. Ze vertelden elk hun verhaal over hoe zij dit bombardement hadden overleefd. Zo was er een buurjongen van mijn vader – een boom van een kerel – die pardoes een ijzeren poort had ingebeukt om te ontsnappen aan de verwoestingen. Hij kwam ervan af zonder één schram… Een ander buurman was lid van de Passieve Luchtbescherming en vertelde over een meisje dat hij niet kon vinden nadat haar huis was verwoest. Enige tijd later scheen een lamp in de zolder van het huis en in de nok daarvan hing …. inderdaad…
    De verhalen deden mijn vader rillen en eerlijk gezegd mij ook!
    Markant was het feit dat op een belendende weide een tiental koeien stonden. Ondanks de vele bomkraters nabij was geen enkel dier verwond geraakt en zij graasden rustig verder. De koeien gaven wel enkele dagen geen melk…
    De dagen daarop werden vele mensen begraven en de collaborateurs onder leiding van de oorlogsburgemeester lieten niet na om te wijzen op het feit dat dit gebeuren op rekening van ‘de bevrijders’ moest geschreven worden.

    Getuigenis van Guy Engels.

  3. Hallo Pieter,
    vandaag kwam mijn nichtje langs om een werkje te schrijven over “een belangrijke gebeurtenis in iemands leven”. Zo kwam het onderwerp en het levensverhaal van mijn moeder aan bod, en zoook kwam ik terecht op jouw artikel. Zij overleefde nl één van de vele bombardementen (V1) op Antwerpen, nl. de nacht van 26/okt/1944 (Tuinbouwstraat). Haar moeder en broer bleven echter levenloos achter in hun platgegooid huis. Mijn moeder sliep op de bovenverdieping en is aldus niet zo erg bedolven geweest als haar moeder en jonge broer en werd levend vanonder het puin gehaald. Zij had geen noemenswaardige fysische letstels, doch de psychische verwonding en het post-traumatisch-stress syndroom, blijven voortleven tot op de dag van vandaag, 67 jaar later dus. Ze is nu 85 jaar oud; de paradox is dat haar intuïtieve overlevingsdrang torenhoog is terwijl ze eigenlijk mentaal liever al 67 jaar dood zou willen zijn, net zoals haar geliefde moeder en broer. Wat me opviel in jouw artikel is het algemene angstsyndroom dat zovelen hebben ondergaan tijdens die voor de Antwerpse bevolking verschrikkelijke laatste maanden van de oorlog. Nu begrijp ik eindelijk waarom mijn moeder vroeg aan haar moeder om de gordijnen open te laten, de vooravond van de ramp, want ze wou kunnen zien waar de neergevallen bommen oplichtten. Het laatste wat ze zich herinnert is het stilvallen van de moter van “haar” V1-bom en één enorme flits. Het bedolven zijn in het puin daar herinnert ze zich niets van, de volgende stap van haar bewustzijn is het wakker worden in de bibliotheek van het Concience plein, wel tijdelijk blind zijnde … en op haar allereerste vraag, naar de toestand van haar moeder en broer, kwam geen antwoord.

    met vriendelijke groeten,
    Christine

  4. Ik was als jonge man van 17 jaar getuige van een bombardement. Omstreeks vier uur in de vroege stralende opkomende lentezon van de 10 mei 1940 werden we in Torhout met z’n allen hevig wakker door het met z’n honderden Stuka’s en Messerschmidts overvliegen. De Duitse vliegtuigen wierpen lukraak duizenden (brand)bommen over de ganse stad! Het gevolg was vreselijk ! Overal stonden de grote schoolgebouwen, de kerk en tientallen huizen in lichte laaie ! Ondertussen waren Belgische Ardeense jagers die overal binnen de stad waren ingekwartierd, zich met hun mitrailleurs aan het opstellen om het afschieten te beginnen. Ook het bataljon ‘DTCA’ (defence aerienne ofwel het luchtafweergeschut) stelden zich met zo’n ‘n tiental zware kanonnen op en omstreeks zeven uur in de morgen was het zover. Terwijl om het half uur de moffen met hele resems Stuka’s onze stad trachtten in de as te leggen schoten deze tien afweerkanonnen alsof het een plezier was. De ene obus na de andere vloog de lucht in aangevuld door het zeer zware mitrailleurvuur van de Ardeense jagers. Alles daverde op zijn grondvesten en onze huisjes schudden als kaartenhuisjes. Alle ruiten vlogen aan diggelen en veelal werden de deuren uit hun hengels gelicht. We zaten 48 uur als een soort ratten gevangen in onze kelder! Ik was er helemaal niet bang. Ons papa herinnerde zich nog de oorlog en de loopgraven van 14-18, toen hij moest vechten, soms man tegen man. Hij riep mijn hulp in om samen de resem zware kogels aan te geven en op te lichten voor een zware mitrailleur opgesteld in onze tuin. We hielpen met hevige lust om toch een mof neer te halen en het lukte ons toch om er twee te treffen in hun volle ‘mazoutbak’! Ze draaiden als een tol in de lucht om neer te storten op het Makeveld. Een ander vliegtuig kon nog ietwat door vliegen tot Zwevezele. Intussen passeerden er de ganse dag vluchtelingen met pak en zak, bedelend om wat eten en vooral een slok water. Telkens de moffen vanuit de lucht hun zware bombardementen aanvatten, begonnen de vluchtelingen te huilen en te tieren en doken ze in de soms ondiepe grachten. Dit hield zo’n volle tien dagen aan! Intussen kwamen de Franse troepen voorbij Torhout, te voet marcherende, geladen als ezeltjes en gehuld in hun zware ‘kapotjassen’ bij een temperatuur van om en nabij de 30 graden! Ik heb ze hun ‘gourde’ zien vullen, voor zover ze geen tijd meer hadden bij ons aan de pomp water te vullen. Ik zag ze dus water drinken en meenemen uit de beken en de vele grachten. Ook zij werden zonder weerga vanuit de lucht beschoten door de moffen! Ondertussen passeerden ook via onze straten duizenden Schotten, Engelse en reeds Poolse regimenten, allemaal frontwaarts! Het was een heksenketel van jewelste waarbij een mensenleven van generlei waarde was voor het moffengespuis in de lucht ! Een twintigtal Franse luchtafweerkanonnen hadden zich opgesteld op het zogenaamde ‘Bolsjevisteplein’. Zij deden dus ook gretig een duit in het zakje om de moffen in de lucht het leven zuur te maken. Maar ze bleven om het half uur hun bommenlast over onze stad zomaar lukraak uitwerpen en nog het eerst op de gebouwen die gemarkeerd waren met ‘n zeer groot rode kruis! Die moesten er het eerst aan geloven! Zo vonden heel wat gekwetste soldaten binnen deze gebouwen hun dood ! Verscheidene Marokkaanse ‘fuseliers’ hadden ondertussen reeds ter velde verscheidene mitrailleurs opgesteld en gaven ook gretig van katoen! Ja, veelal heeft het huidig stadsbestuur van Torhout er geen benul van wat toen voorviel en jammer genoeg zijn we met niet zoveel meer die dit nog kunnen neerschrijven! Henri JAECQUES. Vanhullestraat.N°12 Bus N°1.8820.TORHOUT.050/21.38.88

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s